Met de zelfscan heb je een beeld gekregen van je persoonlijke vaardigheden. Je zult daarbij gezien hebben welke vaardigheden bij jou verder ontwikkeld kunnen worden en welke vaardigheden je al beheerst. Hieronder vind je per vaardigheid een uitleg, zodat je een idee hebt wat je kunt doen om verder te komen. Je docenten en mentor kunnen je verder helpen om dit te vertalen naar een concreet plan van aanpak.

Motivatie

Motivatie is de bereidheid om in beweging te komen, om iets te doen. Op school wordt dat gezien als de bereidheid te werken aan schoolopdrachten. Die bereidheid wordt groter als je weet wat je kunt, wat voor jou moeilijk is en wie je om hulp kunt vragen om verder te komen. Ook is een growth mindset belangrijk: het vertrouwen dat je iets wat je nog niet kunt, wel kunt leren.

Als je moeite hebt met motivatie, kan dat komen doordat je niet ziet wat het nut van de lessen is voor je latere leven. Het kan dan helpen om daarover te praten met docenten. Ook kan het zijn dat je niet gelooft dat je een bepaald vak zou kunnen leren. Meestal gebeurt dat als je te grote doelen stelt. Een tip is dan om die grote doelen in kleinere doelen op te delen die wel haalbaar zijn voor jou. Misschien kijk je ook onvoldoende terug op wat je geleerd hebt en hoe je bent gegroeid de afgelopen periode. Als je dat doet, zul je waarschijnlijk zien dat een heleboel wel lukt. Dat kan je helpen om moeilijkheden te overwinnen.

Reflecteren

Reflectie houdt in dat je op een gestructureerde wijze terugblikt op leerervaringen en daar betekenis aan geeft door te bekijken wat nodig is voor je verdere leerproces. Als dit niet goed gaat, helpt het om eerst goed te kijken wat de leerdoelen waren. Heb je daar een goed beeld van gehad? Ken je ook de succescriteria (dit betekent dat je weet hoe het eruit ziet als je dat leerdoel hebt behaald)? Het is belangrijk daar tijd voor in te plannen. Het kan je opleveren dat je tevreden terug kunt kijken omdat je iets beheerst (wat goed is voor je zelfvertrouwen) of dat je weet wat nodig is om verder te komen. Vraag ook om feedback van experts. Dit kunnen docenten of medeleerlingen zijn. Belangrijk is dan wel dat je daarbij ook feedforward krijgt, tips over wat je kunt doen om verder te komen.

Zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen ontstaat door succeservaringen. Het hiervoor beschreven reflecteren is daarbij belangrijk. Om tot succeservaringen te komen is doorzettingsvermogen nodig. Als iets niet lukt, stel je vragen aan je docent of medeleerlingen en probeer je het nog een keer, net zo lang tot het wel lukt. Messi is ook niet van de een op de andere dag profvoetballer geworden.

Interesse

Sommige lessen vind je van nature leuker dan andere. Dat is nu eenmaal zo. Als je geïnteresseerd bent in een onderwerp, gaat het leren makkelijker. Wat doe je dan als je niet geïnteresseerd bent? Dan is het belangrijk om te kijken naar het nut van het vak. Wat levert het je op als je dat vak leert? Soms is een vak nuttig omdat je het later nodig hebt. Soms is het nuttig omdat je op een bepaalde manier leert denken, bijvoorbeeld omdat je leert analyseren. Soms is het nuttig omdat je door dat vak leert hoe je leerstrategieën in kunt zetten, bijvoorbeeld om feiten te onthouden. Het gaat dus niet alleen om de inhoud van het vak, maar ook om het leervermogen dat je erdoor ontwikkelt.

Planmatig werken

Plannen is een van de belangrijkste vaardigheden. Het helpt je om écht te leren. Ongetwijfeld heb je wel eens opgemerkt dat als je vlak voor een toets leert, je een paar weken later het meeste alweer vergeten bent. Zonde! Door de leerstof in kleine stukken op te delen en regelmatig te herhalen, onthoud je de stof wel. Vanaf het moment dat je weet wat je gaat leren, is het belangrijk dat je gaat plannen. Daarbij begin je bij het einddoel: wat moet je uiteindelijk weten, kunnen, begrijpen en hoe bewijs je dat je de stof beheerst? Vervolgens deel je de stof op in kleine onderdelen. Elke dag (of om de dag, afhankelijk van hoeveel tijd je hebt) leer je een onderdeel van de stof. De volgende keer herhaal je dat en voeg je kennis toe. Het gebruik van samenvattingen en schema’s is daarbij essentieel, anders blijf je lezen en dat kost te veel tijd.

Sociaal leren

Samenwerken met anderen, het is niet altijd even makkelijk, maar wel nuttig om te leren. Samenwerking begint bij een goede taakverdeling. Wat is het eindproduct en wie kan wat doen? Vervolgens moeten er duidelijke afspraken gemaakt worden over de planning. Wanneer moet iets af zijn en wanneer gaan jullie de tussenresultaten aan elkaar laten zien? Daarnaast is het belangrijk om open te staan voor elkaar, door naar elkaar te luisteren en gebruik te maken van elkaars ideeën.

Resultaatgerichtheid

Eigenlijk valt of staat goed kunnen plannen, samenwerken en reflecteren met een duidelijk doel voor ogen. Wat moet je straks weten en kunnen? Op welke manier ga je dat leren? En wat doe je als je denkt dat het niet gaat lukken? Door hierover na te denken en een plan voor jezelf te maken, vergroot je de kans op succes.

Initiatiefrijk

Initiatief betekent uit jezelf in beweging komen, dus als je initiatiefrijk bent, kom je vaak uit jezelf in beweging. Dat wordt zichtbaar doordat je eigen ideeën inbrengt, voorstellen doet of zelf vragen stelt. Initiatief is nodig om een resultaat te halen. Zo krijg je pas antwoord op vragen, als je deze ook stelt. En door over je ideeën te praten, kun je ook anderen weer op goede ideeën brengen.

Taakgerichtheid

Taakgerichtheid betekent dat je aandacht besteedt aan je opdrachten en dat je het volhoudt om deze af te maken. Je laat je daarbij niet afleiden. Dat werkt het beste als je zorgt dat alles wat je zou kunnen afleiden (je telefoon, een spel op je computer, enzovoort) niet in de buurt is. Je kijkt goed wat je moet doen en bedenkt van tevoren hoe lang je daarmee bezig zult zijn. Vervolgens ga je aan de slag en controleer je of je gelijk had. Lukte het je om aan een stuk door te werken? Zo niet, wat was het probleem? Snapte je de stof niet, of raakte je toch afgeleid? Praat erover met anderen, zodat je hulp kunt krijgen.