Schrijfplezier voor beter resultaat

Een andere ingang naar betere schrijfproducten

Je herkent het vast, onwillige pubers die beginnen te zuchten en te steunen creatief schrijvenals je zegt ‘Jullie gaan een tekst schrijven voor de schoolkrant!’. ‘Is het verplicht? Telt het mee voor het rapport?’. Je zucht en denkt, ‘daar gaan we weer’. Vol goede moed begin je te vertellen hoe belangrijk het is om goed te kunnen schrijven en dat het ook heel leuk is als je mensen kunt raken met je tekst. Het lijkt maar bij een klein groepje over te komen. Kan het ook anders? Ja! Moet het ook anders! Uiteraard! Want schrijven gaat pas écht goed als je het wíl. Dat ís te beïnvloeden, maar dan moeten we onze lessen anders opzetten.

Of leerlingen willen beginnen aan een taak, hangt af van de volgende aspecten:

  • Wilskracht (in beweging willen komen en doorzetten): een belangrijk hulpmiddel om wilskracht te stimuleren is door het geven van autonomie (Scharle& Szabo, 2000). Je kunt een leerling laten kiezen voor de moeilijkheidsgraad van de opdracht, het werktempo of de volgorde. Ook coöperatieve werkvormen helpen de wilskracht te bevorderen omdat leerlingen zich samen verbinden aan een taak en op elkaar terug kunnen vallen als iets niet lukt.
  • Nieuwsgierigheid (de wens tot exploreren, een intrinsieke motivatie tot leren) (Peters, 2015). Recent breinonderzoek toont aan dat nieuwsgierigheid invloed heeft op leren (Von Stuber et al, 2014): dankzij belonings- en geheugengebieden in het brein houden we nieuwe informatie beter vast en onthouden het ook op langere termijn beter. Daarbij is het van belang aan te sluiten op de belevingswereld van leerlingen. Wat houdt ze bezig? Wat vinden ze interessant? Misschien zijn ze wel te porren voor het schrijven van een instructietekst als het gaat om de nieuwe Iphone 6? Of kunnen ze een voor- nadelenstructuur hanteren als het onderwerp hen aangaat, zoals ‘de school later laten beginnen‘.
  • Vermogen tot concentreren en onthouden. Er zijn verschillende hersengebieden betrokken bij dit aspect (Mens, Boonstra & Tjallema, 2013): het werkgeheugen (informatie actief houden, bewerken en controle bij de uitvoering), inhibitie (tijdelijk uitstellen van een reactie om even na te denken, afleidende prikkers weren), flexibiliteit (je gedrag aanpassen aan de situatie) en planning (doel formuleren, stappen kunnen bedenken, de volgorde en benodigde tijd) . De leerkracht moet communiceren over leerdoelen, voorkennis activeren, herhalen, voorbeelden geven, markeren van belangrijke leermomenten, clusteren van lesstof, opdelen van lesstof, visualiseren, schakelen (tussen verschillende activiteiten) en feedback geven (Mens, Boonstra & Tjallema, 2013).

Omdat er zoveel complexe processen gaande zijn tijdens het schrijven en er geen onderdeel is waarbij leerlingen zo sterk van elkaar verschillen, is het ontzettend belangerijk om te differentiëren. Om te weten wat leerlingen nodig hebben, is het vooral belangrijk om formatieve momenten in te bouwen. De leerkracht is er niet om af te rekenen, maar heeft meer de rol van coach.

Als docent heb je dan vooral veel materialen nodig waarmee je kunt differentiëren en waarmee je leerlingen kunt helpen zicht te krijgen op  hun groeiproces. Materiaal hiervoor is beschikbaar, zowel het leerlingmateriaal als een docentenhandleiding. Wees bij het gebruiken hiervan vooral flexibel. Kijk goed naar de groep en stem de gekozen werkvormen en opdrachten hierop af. Laat vooral de leerlingen keuzes maken. Als ze eenmaal weten wat ze te leren hebben, zijn leerlingen goed in staat de juiste opdrachten te kiezen om deze leerdoelen te bereiken. Een verantwoording van de lesopzet vind je hier. Een kijkje in de klas en de resultaten zien van het gebruik in de praktijk kan ook.

Anja Schoots-Snijder

Meer weten:

  • H. Nelis/Y. van Sark (2013): Over de top, haal het allerbeste uit jongeren, Utrecht, Kosmos uitgevers.
  • Scharle/A. Szabo (2000): Learner Autonomy, a quide to developing learner responsibility, Cambirdge, Cabridge University Press.
  • M. Peeters (2015): Nieuwsgierigheid, hoe worden leerlingen nieuwsgierig, JSWm 8 april 2015, pagina 32 t/m 36.
  • T. Ekens & T. Meestringa (2013): Beoordeling van en feedback op schrijfvaardigheid, SLO, pagina 13 t/m 22.
  • D. Janson (2014): De coachende rol van leraren: laat mij maar even, Speziaal, pagina 20-23.
  • J. Voogt/N. Roblin (2010): Discussienota 21th Century Skills, Universiteit Twente, faculteit gedragswetenschappen.
  • H. Bonset/P. Bimmel/P. Van der Zanden (2004), Zelfstandig leren in het voortgezet onderwijs, Enschedé, Stichting LeerplanOntwikkeling.