Recht op gelijke kansen, ook voor hoogbegaafden!

Eerder al, heb ik in mijn blog geschreven over hoogbegaafdheid. Over hun lerenonderwijsbehoefte en hoe docenten Nederlands hier bij uitstek aan tegemoet kunnen komen. Vandaag wil ik een lans breken voor kansen voor hoogbegaafden bij andere vakken, met name voor onderpresterende hoogbegaafden.

Als het gaat om dyslexie dringt het besef langzamerhand op grotere schaal door dat het geen luiheid is van leerlingen, maar dat het leerproces écht anders verloopt bij dyslecten. Voor onderpresterende hoogbegaafden is dat besef er helaas nog niet.
Met een IQ van 145 moet jij dit toch zeker kunnen. Je gaat maar zelf aan de bak!’

De meeste mensen, dus ook docenten, spreken vanuit hun eigen referentiekader. Zij zijn slim, soms ook zelf hoogbegaafd, maar hebben daarbij meestal geen problemen ervaren. Ze hebben hard gewerkt, waren geïnteresseerd en leerden gemakkelijk. Het is dan moeilijk te begrijpen dat dat niet voor iedereen zo werkt. Nog lastiger is het dan om te weten wat de leerling nódig heeft en hier vervolgens op in te spelen.

Toch hoeft het niet lastig te zijn. Het begint met erkenning. Er valt een last van de leerling af als hij geen verwijten te horen krijgt, maar begrip. Vervolgens begint de gezamenlijke zoektocht.

Een aantal overwegingen:
       Hoogbegaafden hebben een ruimer bewustzijn. Ze zien en horen meer dan de gemiddelde mens. Bovendien pikken ze ook meer op van ‘de boodschap achter de boodschap’, de gemoedstoestand van een spreker bijvoorbeeld, inconsistenties in een verhaal, onvolkomenheden of onjuistheden in vergelijking met eerder opgepikte informatie. Al die informatie kan soms onbegrip opleveren. Hoe moet ik dit duiden? Waar moet ik wel of niet iets mee? Hoe pak ik dat aan? Een hoogbegaafde heeft hierin echt begeleiding nodig. Een oprecht antwoord van de docent (‘Ik zoek het op.’ of nog beter ‘Wil je dit voor me uitzoeken, ik weet het niet.’, vindt een hoogbegaafde niet erg. Het dwingt zelfs respect af.
       Dat hele pakketje van opgemerkte zaken en verbanden wordt direct en zorgvuldig opgeslagen in de hersenen. Wordt er later, bijvoorbeeld op een toets, naar een aspect hiervan gevraagd, dan komt dat hele pakketje weer naar boven. Maar wat schrijf je dan op? Die keuze is soms lastig en leidt bij sommigen tot een beknopt fragmentarisch antwoord. De docent geeft een onvoldoende en denkt dat de leerling niet goed heeft geleerd. Al die onvoldoendes, gecombineerd met de onderliggende wens tot perfectionisme, leiden tot faalangst en depressie. De docent interpreteert dit als ongemotiveerd en neemt dat de leerling kwalijk. De leerling voelt zich niet begrepen en wordt nog depressiever. Een eenvoudige oplossing is om de hoogbegaafde te vragen naar meer informatie: ‘Wat weet je wel, maar heb je niet opgeschreven?’ Je zult meestal versteld staan van het antwoord en zien dat dit zeker een voldoende waard is.
       Een hoogbegaafde is een uitzoeker van nature. Klein beginnen en dan na vele lessen op het grotere begrip uitkomen, vraagt veel van het geduld van een hoogbegaafde. Andersom werkt beter: vanuit het grotere concept naar de details (divergent leren). Veel kan een hoogbegaafde ook zelf uitzoeken. De hulp die hij nodig heeft, is om de informatie dan zo op te schrijven dat anderen het ook kunnen begrijpen. Een hoogbegaafde spreekt ook vanuit zijn eigen referentiekader en laat dingen die voor hem/haar logisch zijn gemakkelijk weg. Uitleggen waarom die informatie daar moet staan (zodat ook anderen het kunnen begrijpen) helpt om de hoogbegaafde weer verder te laten werken.

Bij deze overwegingen laat ik het even. Mocht je meer willen lezen, kun je mijn eerdere artikel erbij pakken. Dit filmpje geeft informatie over de hersenwerking van hoogbegaafden. Hier vind je informatie en tips voor de hoogbegaafde leerling zelf.

Ik hoop dat we met zijn allen passender onderwijs kunnen gaan bieden voor hoogbegaafden, zodat we dit potentieel optimaal gebruiken in plaats van te zien hoe kinderen steeds verder afstromen!