Toelichting Community of Learners

De kern van de learning community is onderzoekend leren. Dit is gebaseerd op de empirische cyclus: waarnemen – vermoeden – verwachten – toetsen – evalueren.

Werkwijze

Bij een lessenserie rondom onderzoek vormt een concrete gebeurtenis het vertrekpunt, bijvoorbeeld uit een documentaire waarin een probleem aan de orde wordt gesteld of uit de krant. De probleemstelling maakt helder wat het kernbegrip (big idea) is achter het probleem. Dit houdt verband met een vakgebied op school (bio, nask, etc). Zo snappen leerlingen de relatie tussen het onderzoeksproject en het curriculum. Ze zien het nut van onderzoek ter voorbereiding op het examen en het sluit aan bij hun interesse. Zo draagt het bij aan zowel de intrinsieke als extrinsieke motivatie.

De klas bespreekt  de probleemstelling en de onderzoeksvragen die door de docent in samenwerking met onderzoekers zijn geprepareerd. Hier moet de tijd voor genomen worden. Behulpzaam daarbij is het opstellen van een matrix waarbij de onderzoeksvragen in verband worden gebracht met overbruggende algemene thema’s die de big idea zichtbaar maken.

Vervolgens worden onderzoeksgroepen samengesteld. Binnen de onderzoeksgroep worden de verschillende thema’s verdeeld over de leerlingen. Vanuit elke onderzoeksgroep neemt een leerling deel aan een themagroep. Die kennis die daar gezamenlijk wordt opgedaan, wordt weer ingebracht in de eigen onderzoeksgroep.

De onderzoeksopzet moet goed worden doordacht en getoetst worden aan criteria (passend bij methode wetenschappelijk onderzoek, uitsluiten alternatieve verklaringen). De docent en onderzoeker geven feedback. De groep voert onderzoek uit en trekt conclusies.

Vervolgens worden de resultaten uitgewisseld. De themagroepen bespreken themagebonden conclusies met elkaar en schrijven een rapport. De resultaten van de onderzoeken worden aan de hand van de thema’s besproken. De rapporten worden opgesteld volgens de regels voor wetenschappelijke communicatie.

Tot slot is het eindresultaat een opmaat voor een vervolgtaak. Dit kan een toets zijn, het schrijven van het onderzoeksverslag of het toepassen van de verworven kennis bij het oplossen van een nieuw probleem.

Reflectie brengt de verworven kennis op een hoger abstractieniveau. Het bevordert toepassing in de praktijk. Onder reflectie wordt verstaan het gestructureerd terugblikken op ervaring en daar conclusies uit trekken voor toekomstig handelen. Dit dient op gezette tijden gedurende het gehele proces te gebeuren.

Wanneer leren leerlingen?

Leerlingen leren iets als ze erachter komen dat hun mentale model niet met de werkelijkheid klopt of onvolledig is. Er valt dus iets te ontdekken. Dat is aanleiding voor het onderzoek. Het leren vertrekt dus vanuit de praktijk die een vraag oproept. Dat verschilt per leerling en is ook afhankelijk van de voorkennis. Nieuwsgierigheid is een belangrijke motivator bij het leren. Betere resultaten worden geboekt als de uitleg volgt op het onderzoek, anders is er al te veel voorkennis en is het onderzoek niet meer interessant.

Kennisontwikkeling in de community of learners

 Een onderzoeksvraag is pas interessant als het de leerling confronteert met de kernvragen in een vakgebied (big ideas zoals  het vraagstuk nature-nurture).

 Elke kernvraag in een vakgebied bestaat uit aspecten. Onderzoekend leren leidt tot:

          verdieping van vakinhoudelijke kennis

          leer- en onderzoeksvaardigheden

          houding gericht op levenslang leren

De kennisontwikkeling vindt voornamelijk plaats via inductie (vanuit voorbeelden regels construeren) maar soms ook via deductie (eerst theorie horen, dan toepassen).

Rol van docent in de community of learners

De docent:

           stelt samen met een onderzoeker de onderzoeksvragen en de thema’s vast

          houdt de aandacht van de onderzoeksgroep gericht op de beantwoording van de onderzoeksvragen

          is expert: geeft heldere uitleg over onderzoeksopdracht/vakkennis

          is model: laat zien hoe een onderzoek wordt opgezet en uitgevoerd, hoe data geanalyseerd worden, hoe conclusies getrokken worden, laat voorbeelden zien

          coacht: geeft aanwijzingen en suggesties om de groep beter te laten functioneren, accentueert tegengestelde meningen om de discussie te stimuleren, stelt studievragen en beoordeelt het werk

De keuze van de rol die de docent uitoefent, is gebaseerd op het principe van scaffolding: hoeveel hulp heeft een leerling nodig?

Ook de docent reflecteert op het eigen handelen en overlegt met vakgenoten.

Leerlingen en studenten in de community of learners

Onderzoekende leerlingen moeten goed kunnen luisteren naar de docent en medestudenten, goed kunnen samenwerken en plannen. Leerlingen moeten bestaande ideeën ter discussie durven stellen, een open houding hebben, kunnen abstraheren of bereid zijn dat te leren en nieuwsgierig zijn.

Leerlingen spreken met elkaar over begrippen en de betekenis die ze daaraan toekennen (betekenisonderhandeling). Daarbij moet de bereidheid zijn om samen tot een dieper begrip te komen.

Invoering van een community of learners

Diverse projecten zijn al opgestart (St. Ignatius, wo) onder de titel ‘De vrolijke school’, in samenwerking met de VU.

De volgende vier effecten worden verwacht:

          effect op kennisontwikkeling

          effect op zelfstandig leren en toepassen regels wetenschappelijk onderzoek en communicatie

          ontwikkeling positieve houding t.o.v. onderzoek

          leren van regels over het doen van onderzoek

 

Meer weten over het effect van verveling? Klik hier.