Inclusief onderwijs: ADHD en autisme

Alhoewel inclusief onderwijs al een ‘oud’ begrip is, blijkt het in de praktijk nog niet altijd goed uit de verf te komen. Inclusief onderwijs is gefundeerd op de rechten van alle kinderen op goed onderwijs, vanuit de ideologie dat de mensheid in wezen een groot gezin is waarin goed voor elkaar wordt gezorgd. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat er aanpassingen in het aanbod worden gedaan om tegemoet te komen aan verschillende onderwijsbehoeften. In dit artikel ga ik in op de onderwijsbehoeften van leerlingen met ADHD en autisme waarbij ik laat zien dat eenvoudige aanpassingen al een groot verschil kunnen maken. Aanpassingen, waar ook andere leerlingen baat bij hebben en die vallen onder het basisaanbod in de klas (laag 1).

Kenmerken

Zonder al te diep op de materie in te gaan (voor degenen die dat wel willen, kan ik deze Mooc van harte aanbevelen: ‘understanding-autism-aspergers-adhd’), kan gezegd worden dat ADHD en autisme ten dele tegengestelden van elkaar zijn, maar zeker ook overeenkomsten hebben. ADHD wordt beschreven als een staat van onoplettendheid, impulsiviteit en hyperactiviteit. Autisme kenmerkt zich door moeite met communiceren, het hebben van bepaalde repeterende gedragingen en/of een beperkte of gespecialiseerd gebied van interesse of activiteiten (in verschillende gradaties). ADHD is meer naar buiten gericht en autisme meer naar binnen. Voor beide groepen geldt echter dat er problemen zijn met het plannen van taken en handelingen en het opdelen van een grote taak in deelactiviteiten. Beide groepen hebben moeite met het luisteren naar instructies, deze op te volgen en af te maken. Een andere overeenkomst is dat ze moeite hebben met figuurlijk taalgebruik en taalgrapjes. Ook hebben beide groepen moeite met executieve functies, wat zich onder andere uit in moeite met huiswerk plannen en uitvoeren, zelfmotivatie en probleemoplossing. Daarnaast kunnen beide zich goed concentreren op iets wat hun interesse heeft.

Leerbehoeften

Om de kwaliteiten van ADHD-ers (enorme energie, spontaniteit) en autisten (concentratievermogen, creativiteit) goed tot hun recht te laten komen, zijn er bepaalde richtlijnen die in acht moeten worden genomen. In onderstaand schema zijn deze weergegeven:

Het mooie is dat veel van deze aanpassingen nuttig zijn voor alle leerlingen. Ze komen overeen met aanwijzingen die gericht zijn op het verbeteren van zelfregulerende vaardigheden van leerlingen, waarbij de afhankelijkheid van de aanpassingen steeds verder afneemt zodra een leerling zich deze vaardigheden eigen heeft gemaakt. Het tempo waarin dat gebeurt verschilt per leerling, maar dat hoeft de vakinhoudelijke leerresultaten in ieder geval niet te drukken! Een enkele interventie zal alleen voor specifieke leerlingen gelden (laag 3 in het model).

Meer weten? Mail gerust naar info@anjaschoots.nl.