Hoogbegaafd

Leerkracht Nederlands belangrijke schakel voor hoogbegaafdenlink

Uit onderzoek blijkt dat internationaal gezien Nederland achterblijft als het gaat om het aanbod voor hoogbegaafde leerlingen en dan met name op het gebied van begrijpend lezen. Ligt het gemiddelde aan allround excellerende leerlingen internationaal op 0,59% (bijna 2 op de 300 leerlingen), in Nederland is dat 0,35% (1 op de 300 leerlingen). Treurig is het als we zien dat excelleren op leesvaardigheid met 0,8% ver achter blijft op de 4,4% excellerende wiskundigen en ook op het internationaal gemiddelde (1,2). Werk aan de winkel voor docenten Nederlands dus.

Hieronder ga ik in op de algemene onderwijsprincipes die voor hoogbegaafden goed werken. Daarna ga ik in op de specifieke rol van de docent Nederlands.

Hoogbegaafden hebben, net als andere leerlingen behoefte aan leren op verschillende niveaus. We kennen de taxonomie van Bloom waarin verschillende leerniveaus beschreven worden. Deze zijn ook van belang voor hoogbegaafden. Voor hoogbegaafden geldt echter dat ze het best top-down werken: vanuit het onderzoek en de toepassing op zoek gaan naar relevante kennis in plaats van vanuit kennis stap-voor-stap begeleid te worden naar het onderzoek. Geef ze die ruimte. Het vraagt maar een beperkte aanpassing van het programma: bij hoogbegaafden begin je bij het einddoel en je vertelt ze waar ze achtergrondinformatie kunnen vinden als ze deze nodig hebben.
Marzano en Hattie hebben al aangetoond dat leerlingen beter leren als lesstof betekenisvol wordt aangeboden, in samenhang en met een doorgaande leerlijn. Dat geldt ook voor hoogbegaafden. Het aanbod moet dus zorgvuldig uitgedacht worden: welke leerdoelen ga je bereiken, welke werkvormen zijn hiervoor het meest geschikt en hoe ga je meten of leerlingen de doelen hebben bereikt? Deze leerlijn zal voor hoogbegaafden nadrukkelijk meer ruimte moeten bieden aan onderzoeksvaardigheden, creativiteit en samenwerking.
Het brein van hoogbegaafden werkt echt anders. Een hoogbegaafde ziet alles in een veel breder verband en zoekt vandaaruit naar details. Dat kan ertoe leiden dat een hoogbegaafde in het begin meer tijd kwijt is aan verkennen. Rondom een vraagstuk ziet hij veel meer mogelijkheden en zijpaden. Het is goed hier ruimte aan te geven en dat ook zo te benoemen. Dit levert veel leerwinst op want onderweg worden interessante ontdekkingen gedaan. Daarna is het ook belangrijk om de hoogbegaafde te leren trechteren: waar gaan we nu concreet aan werken en wat is daarvoor nodig? Het vaststellen van een rubric waarin staat aan welke kenmerken een uitwerking moet voldoen en binnen welke tijd het eindproduct moet worden opgeleverd, helpt hierbij.
De docent Nederlands speelt bij uitstek een cruciale rol in het bijdragen aan de onderzoeksvaardigheden van hoogbegaafden, met name als onderdeel van het begrijpend lezen. De teksten sluiten momenteel niet aan bij de belevingswereld van een hoogbegaafde en zijn in zijn/haar ogen infantiel. Doordat een hoogbegaafde denkt dat gestelde toetsvragen niet zo simpel kunnen zijn, gaat hij/zij ingewikkelde constructies bedenken die dan uiteindelijk onjuist blijken te zijn. Het zaad van teleurstelling in de docent, in de taal en in zichzelf is gelegd. De docent Nederlands kan hier makkelijk verandering in brengen, door een betere selectie van teksten. Daarnaast is het ook aan de docent Nederlands om aandacht te besteden aan schrijven: de hoogbegaafde moet doelgroepgericht leren schrijven. Hier zijn schrijfstrategieën voor die een hoogbegaafde op jonge leeftijd al moet leren toepassen. Een hoogbegaafde moet leren hoe hij/zij iets uitlegt aan iemand die niet zoveel weet van het onderwerp als hij/zij. Dit zal er meteen toe bijdragen dat de hoogbegaafde betere antwoorden formuleert op de toetsen bij andere vakken. Want ook daar gaat het vaak mis. Een toetsvraag bij een vak als biologie of aardrijkskunde, roept een hele keten aan informatie op in het brein van de hoogbegaafde. Uit die hele brij van informatie wordt een deeltje geactiveerd dat voor de hoogbegaafde betekenisvol was. In zijn hoofd heeft hij daarbij tegelijkertijd het totaalplaatje. Hij begrijpt niet dat anderen niet hetzelfde denken en schrijft zijn antwoord op de vraag in steekwoorden op. Daarbij gaat hij er volledig vanuit dat de docent hetzelfde denkt. Groot is de teleurstelling als dat niet zo blijkt te zijn en de leerling een onvoldoende geeft.
Daarnaast kan de docent Nederlands veel meer zicht geven op het gebruik van taal, de herkomst, de invloed van taal op ons denken, de rol die het speelt in de media en de technieken die auteurs gebruiken. Alles wat je ooit zelf interessant vond, kun je heel makkelijk kwijt aan de hoogbegaafde.

Het stimuleren van creativiteit en het voorzien in uitdagende opdrachten doet de hoogbegaafden opbloeien. Dat betekent niet altijd dat er iets náást de lesstof aangeboden hoeft te worden, maar dat de wijze waaróp de lesstof wordt aangeboden anders is. Om divergent denken te stimuleren en te belonen in plaats van convergent denken. Een goed presterende hoogbegaafde draagt vervolgens bij aan het klassenklimaat en het algehele niveau in de klas. Misschien kunnen we dan in de pas gaan lopen met onze beter scorende wiskundecollega’s.