Normering bij toetsen

Duidelijkheid en voorspelbaarheid is voor alle leerlingen belangrijk, dus ook voor dyslecten. Zij maken zich vaak al zenuwachtiger voor een toets dan nodig, vanwege eerdere faalervaringen.

Het hele leertraject in het VO is erop gericht om voor te bereiden op het eindexamen en zelfredzaamheid in de maatschappij. Dat betekent dat een dyslect in ieder geval goed gebruik leert te maken van zijn talenten en waar nodig hulpmiddelen leert hanteren.

Op het eindexamen telt spelling voor 10% mee. In verband met de wet op gelijkheid, geldt die eis voor iedereen. Dyslecten mogen echter een computer met spellingcontrole gebruiken. Het is dan wel belangrijk dat ze daar in het voortraject goed gebruik van hebben leren maken.

De eisen van een PTA mag een school zelf bepalen. Als een school besluit de eisen aan te laten sluiten op het eindexamen, moeten die eisen wel voor iedereen tellen. Er mag geen afwijkende normering voor dyslecten worden gebruikt.

In het voortraject mag een school wél flexibel normeren. In verband met de duidelijkheid en voorspelbaarheid is het goed om een vergelijkbare normering aan te houden als op het eindexamen. Spelling telt mee maar mag niet meer dan een halve punt aftrek opleveren in de onderbouw. In de bovenbouw zou dat een hele punt kunnen zijn (10%).
Om te voorkomen dat een leerling alleen maar rode blaadjes terugkrijgt vanwege de vele spelfouten (wat de aandacht afhoudt van het echte onderwerp), is het handig af te spreken wat je als fout markeert. De fouten die je markeert, moeten fouten waar leerlingen van kunnen leren:
– Werkwoordspelling.
– Regelwoorden: deze moeten dan wel voorafgaand aan de toets zijn aangeboden. Hieronder vallen bijvoorbeeld meervoudsvormen, vaste voorvoegsels of achtervoegsels, liggend streepje, trema en uitgang van stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden.
Klinkerdief en verdubbelaar is lastig omdat dyslecten vaak niet horen waar de klemtoon ligt en ook moeite hebben met het onderscheiden van een korte en lange klank.
Luisterwoorden en weetwoorden blijven lastig te leren, dus dat is zonde van de energie.

Bij een taak die veel denkwerk vraagt, kan een dyslect niet tegelijkertijd op de spelling letten. Dergelijke taken kunnen het beste op een laptop gemaakt worden waarbij de spellingcontrole aan staat. Na het beantwoorden van de vragen, kan de leerling dan zijn werk nog even nalopen.

Het doel van het aanstrepen van fouten of het laten controleren op de computer moet zijn om spellingsbewustzijn te ontwikkelen en bepaalde regels in te slijpen. Leerlingen leren zo dat spelling belangrijk is: het telt op je eindexamen mee en het weegt mee met betrekking tot de indruk die je maakt.