Depolarisatie

Ik kwam een mooi artikel tegen van Katelijne van Lommel over polariserende berichtgeving met betrekking tot de motivatie van jongeren (https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/04/02/pretpolarisatie/), toen ik aan het nadenken was over een titel voor mijn blog. Ik dacht aan titels als ‘Hoezo ongemotiveerde leerlingen?’ of ‘Ongemotiveerde leerlingen bestaan niet’ als uitdagende titel, waarmee ik dwars in zou gaan tegen rapporten over de Nederlandse jongeren die steeds ongemotiveerder zijn (Onderwijsinspectie, 2018). Maar ook dat is polarisatie. Met dank aan het artikel van Katelijne van Lommel, doe ik dus een poging me genuanceerder uit te drukken.

Ik geef Nederlands en dat is een prachtig vak om met leerlingen in gesprek te raken over hun ambities en kijk op de wereld en ook over hoe die kijk op de wereld of ambities ontstaan. Niet zelden gaat het dan ook over de eigen kwaliteiten. Wat dan zo mooi is, is dat in zo’n gesprek, leerlingen een vonk in hun ogen krijgen. Een vonk van passie en gedrevenheid, over zaken die hen na aan het hart liggen. Ook leerlingen die een onverschillige, soms zelfs opstandige houding laten zien (wat dan als ongemotiveerd wordt betiteld), hebben die passie. Helaas vaak niet ontdekt, door ons leraren of door henzelf. Dat is ook niet altijd even makkelijk, in een klas met dertig leerlingen en een vol curriculum. Aan de andere kant, daar geen tijd voor inplannen, zorgt ervoor dat het hele jaar een worsteling wordt, zowel voor docenten als voor leerlingen.

Voor mijn masterthesis (Taalbeleid en dyslexie, Windesheim) deed ik onderzoek naar die motivatie onder de term engagement, de interesse en motivatie om te leren. Die interesse en motivatie wordt zichtbaar in gedrag (bijvoorbeeld meedoen), de houding (bijvoorbeeld concentreren) en kennis (bijvoorbeeld het nut inzien). Leerlingen die geëngageerd zijn tonen eigenaarschap door actief mede vorm te geven aan hun leerproces. Door het zo uit te splitsen, wordt het stimuleren van engagement al een stuk behapbaarder.

Vaak kijken we in het onderwijs naar het gedrag en de houding: een leerling doet niet mee, concentreert zich slecht of heeft geen doorzettingsvermogen. Een dergelijke constatering alleen is niet voldoende om een leerling verder te helpen. Ik heb ontdekt dat het helpt als eerst wordt ingezet op kennis. De kenniscomponent van engagement is vaak onderbelicht. Leerlingen hebben echter wel kennis nodig: over het nut van de te leren stof, over het onderwerp zelf (onder andere belangrijk voor het bepalen van de haalbaarheid ‘ga ik dit kunnen’) en over welke kwaliteiten leerlingen al hebben en die hen gaan helpen de leerdoelen te bereiken. Ik vond dat zelf ook lastig, omdat je als docent al gauw het nut inziet van de stof en je je dus niet kunt inleven in de leerling die het allemaal ‘stom’ vindt. Voor leerlingen is dat nut echter vaak te ver weg (‘Het is handig voor later, als je arts, accountant, verpleegster wordt’). Veel dichter bij huis is het onderliggende nut: de kwaliteiten die ontwikkeld worden tijdens het leerproces. Die kun je ter plekke waarnemen en daardoor kun je direct het nut zien. Maar hoe krijg je zicht op die kwaliteiten als leerlingen onderuit in hun stoel hangen? Hoe verleid je leerlingen tot gedrag, zodat je daadwerkelijk iets kunt zeggen over hun sterkten en hen kan begeleiden op punten waar ze zwak in zijn?

Mijn onderzoek wees uit dat betekenisvolle, authentieke lessen met ruimte voor autonomie daarbij onmisbaar zijn. Dat geeft de docent de mogelijkheid om een coachende rol te vervullen. Tijdens lessen binnen de sectie Nederlands was een time-on-task (dus de hoeveelheid tijd dat alle leerlingen actief, geconcentreerd en met plezier bezig zijn) bijna 90% (wat volgens Johns, Crowley en Guetszloe (2008) heel goed is). Wij hadden daarbij de hulp van de methode Plot26 met verhalen en opdrachten die de nieuwsgierigheid van leerlingen prikkelden. Dat was een groot voordeel. Daardoor kan de docent coachen op de manier waarop leerlingen deductief denken, samenwerken, enzovoort. In een volgend blog meer hierover. In ieder geval is gebleken dat ‘ongemotiveerd’ een te beperkt begrip is en van weinig waarde voor ons onderwijs. Leerlingen willen hun kwaliteiten leren kennen en dat is een belangrijke drijfveer voor het leerproces. Je eigen kwaliteiten leren kennen, maakt gelukkig!

Meer lezen over dit onderwerp? Abonneer je dan op mijn nieuwsbrief.