De zeven principes van leren, dr. Susan Ambrose

Lange tijd ging de aandacht in het onderwijs uit naar ‘Hoe geef ik les?’. Inmiddels verschuift de focus naar een belangrijker vraag, namelijk ‘Hoe leren leerlingen?’. Deze verschuiving leidt tot belangrijke aanwijzingen in het onderwijs, waarbij het belangrijk is te realiseren dat:

·         Leren een proces is, geen product.

·         Leren gaat over veranderingen in kennis, overtuigingen, gedrag en houding. Het moet impact hebben op hoe studenten denken en handelen.

·         Leren kan je niet opleggen. Studenten doen het zelf.

De docent kan alleen beïnvloeden wat studenten doen maar het leren zelf vindt plaats bij de studenten zelf. We moeten dus de voorwaarden creëren waarin leerlingen tot leren kunnen komen. Ambrose komt tot zeven principes die op elkaar inwerken in het leerproces:

Mindmap AmbroseDeze kennis heeft impact op de organisatie van kennis, zodat leerlingen tot expertniveau kunnen worden opgeleid.

Aanwijzingen voor de docent:

  • Maak een conceptmap om je eigen kennisorganisatie te analyseren. Het helpt om van onbewust bekwaam naar bewust bekwaam te gaan, zodat je anderen kunt helpen de stappen te nemen die nodig zijn om tot bewust bekwaam te komen.
  • Analyseer de taken om te kijken welke kennis nodig is om deze goed te kunnen uitvoeren. Zo kom je tot een betere keuze van taken die echt appèl doen op de benodigde kennis.
  • Geef leerlingen de structuur van een serie lessen zodat ze zien hoe kennis en ervaring wordt opgebouwd gedurende het programma. Leerlingen zien dan het nut van een stap, als voorwaarde voor de volgende stap.
  • Geef duidelijk aan bij elke les (lezing of discussie) wat de opbouw is en wat nodig is om de taak te vervullen, gekoppeld aan de praktische toepassing. Leerlingen roepen dan de juiste informatie op en koppelen de kennis aan verschillende taken zodat er een netwerk van associaties ontstaat.
  • Laat verschillende situaties zien die overeenkomen met de kennis of juist strijdig zijn. Of twee situaties die verschillend zijn maar waarin dezelfde principes werkzaam zijn.
  • Licht de onderliggende principes toe door deze te laten zien in verschillende situaties of teksten. Door te vergelijken, krijgen leerlingen meer zicht op onderliggende principes en structureren ze de kennis beter.
  • Benoem concepten en verbanden tussen concepten expliciet. Breng het in verband met wat een leerling eerder geleerd heeft.
  • Moedig leerlingen aan om verschillende structuren te gebruiken om hun kennis te organiseren. Benoem ook welke organisatie voor welke informatie relevant is (chronologisch, oorzaak-gevolg, verschillen-overeenkomsten, enz.).
  • Laat leerlingen een mindmap maken, zodat je inzicht krijgt in hoeveel leerlingen hebben opgepikt.
  • Gebruik een sorteertaak om zichtbaar te maken hoe studenten hun kennis hebben opgeslagen, door bijv. problemen, concepten of situaties in categorieën in te delen.
  • Bewaak goed hoe leerlingen werken om te zien of er hiaten in hun kennis zijn.