De Haarlemmerolie van het onderwijs: muziek

Het lijkt een beetje off-topic om als docent Nederlands te schrijven over muziekonderwijs. Het tegendeel is echter het geval. Het blijkt dat voor taal en muziek dezelfde hersengebieden nodig zijn en dat muziek het taalcentrum zodanig kan activeren dat deze ook bij andere taken beter functioneert. Jaren geleden heb ik als leerkracht in het speciaal onderwijs een niet-wetenschappelijk maar voor mij toch belangrijk onderzoek gedaan naar de invloed van muziek op de cognitieve vermogens. Na een half jaar blokfluitles in groep 8 namen de leerresultaten enorm toe. Leerlingen konden rekensommen makkelijker oplossen, konden zich langer concentreren en er heerste een betere sfeer in de klas. Daarbij uitten ze zich beter. Ze konden vertellen over hun gevoelens en dromen. Toen de IQ-tests werden afgenomen, bleken leerlingen gemiddeld twintig punten omhoog te zijnplato muziek gegaan in vergelijking tot een eerder afgenomen test enkele jaren eerder. Natuurlijk niet alleen te wijten aan die blokfluitles, nogmaals deze ervaring is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar het was voor mij wél aanleiding om dieper in het onderwerp te duiken. Eén van die leerlingen ben ik onlangs tegengekomen. Haar IQ was aanvankelijk gemeten op 60 en haar toekomst zag er niet rooskleurig uit. Ze durfde daar aanvankelijk dan ook totaal niet over na te denken. Uiteindelijk vormde zich echter een beeld: ze wilde kapster worden. Ze stroomde uit (haar IQ-test liet nu 75 zien) naar het praktijkonderwijs maar was vastbesloten haar droom waar te maken. Toen ik haar vorige maand tegenkwam had ze haar opleiding bijna afgerond en zou ze met diploma op zak aan het werk kunnen. Ik was net zo blij daarmee als zij. Nu over naar de wetenschap.

Muziek en taal

Muziek en taal maken gebruik van dezelfde gebieden in de hersenen. Muziek kan die gebieden ‘primen’ waardoor de taalverwerking makkelijker gaat. Van de Cavey en Hartsuiker (2016) hebben bijvoorbeeld ontdekt dat mensen die een zin moesten onthouden, dat beter deden als er voorafgaand naar klanken werd geluisterd die hetzelfde ritme hadden als de zin die onthouden moest worden. Wat gebeurt er dan in de hersenen tijdens het musiceren?

De tractus corticospinalis (een baansysteem dat vanaf de cortex naar de corticospinalisspina, het ruggenmerg, loopt en verantwoordelijk is voor motoriek) gaat na een aantal uren musiceren al beter functioneren. Bovendien neemt de stof myeline toe. Deze witte vetachtige stof zorgt voor een snelle impulsgeleiding. Informatie via de zintuigen wordt daardoor sneller verwerkt (Schellenberg, 2004)

Schlaug (2015) toont aan dat de hersenbalk groter wordt en laat daarmee zien dat hersenen daadwerkelijk kunnen veranderen. Ook andere gebieden zoals de primaire en secundaire auditieve cortex, het gebied van Broca, de inferior frontale gyrus en de somatosensorische gebieden worden gestimuleerd. Allemaal gebieden die te maken hebben met de verwerking van taal. Ook in de behandeling van dyslexie wordt hiermee geëxperimenteerd (Yuskaitis, 2015). Dat deed me denken aan een jongen die ik tegenkwam bij een nationaal accordeonconcours. Hij vertelde dat op jonge leeftijd was vastgesteld dat hij dyslexie had en leerkrachten dachten dat hij hooguit een mbo-opleiding zou kunnen afronden. Zijn moeder dacht dat musiceren goed voor hem zou zijn en hij ging op accordeonles. Trots vertelde hij dat hij met vlag en wimpel zijn hbo-diploma had behaald. Zelf was hij ervan overtuigd dat zijn muzieklessen daaraan hadden bijgedragen. Muziek heeft een positief effect op het volume van de auditieve cortex (gyrus van Heschl). Met name de verbinding tussen de twee taalgebieden Wernicke en Broca functioneert beter. Deze zijnWernicke Broca verantwoordelijk voor het begrip van taal maar ook voor de spraakproductie. Kinderen met dyslexie kunnen minder goed klanken van elkaar onderscheiden. De invloed van muziekonderwijs op het kunnen onderscheiden van klanken is inmiddels aangetoond (Yuskaitis, 2015). Hulde aan deze moeder met vooruitziende blik dus! Er zijn nog veel meer interessante onderzoeken gedaan, onder andere ook de invloed van muziek op emotie en empathie. Een toegankelijk boek daarover is ‘Singing in the brain’ van Erik Scherder (2017).

Wat vastgesteld kan worden, is dat wat nodig is om goed te kunnen leren (je kunnen verbinden met je omgeving, je ontspannen voelen en een goede samenwerking tussen verschillende hersengebieden) positief beïnvloed wordt door muziek. Met name de taalgebieden profiteren hiervan. Dit is merkbaar bij talige taken zoals luisteren, spreken en begrijpend lezen. Daar profiteren ook andere vakken van. Het is dus van groot belang dat muziek blijft klinken in scholen en dan met name het samen muziek maken en zingen. Dat samenspel leidt ook tot betere onderlinge relaties, wat ten goede komt aan de sfeer, het empatisch vermogen en het gevoel van welbevinden op school. Ik zie dat bijvoorbeeld in de talentstroom Kunst en Cultuur bij de school waar ik werk. Opvallend vaak zie ik deze leerlingen elkaar enthousiast begroeten, zelfs omhelzen als ze ’s ochtends binnenkomen! Het luisteren naar elkaar, het feedback geven en ontvangen om samen een stuk tot een geheel te smeden, zijn componenten die daaraan bijdragen. Tevreden zijn over het resultaat en daar waardering voor krijgen, draagt weer bij aan het zelfvertrouwen. Niet voor niets is samen muziek maken al vanaf het prilste begin van het menselijk bestaan een manier om sociale verbondenheid te ervaren en versterken.

Bronnen

Cavey, van de J. & Hartsuiker, R.J. (2016). Is there a domain-general cognitive structuring system? Evicence from structural priming across music, math, action descriptions and language. Cognition, 146, 172-84

Schellenberg, E.G. (2004), Music lessons enhance IQ. Psychological Science, 15(8), 511-4.

Scherder, E. (2017). Singing in the Brain. Amsterdam: Polak & Van Gennep.

Schlaug, G. 2015), Musicians and music making as a model for the study of brain plasticity. Progress in Brain Research, 217, 37-55.

Yuskaitis, C.J. e.a. (2015). Neural Mechanisms Underlying Musical Pitch Perception and Clinical Applications Including Developmental Dyslexia. Current Neurology and Neuroscience Reports, 15(8), 51.